Pas tekstgrootte aan: A A+ A++

Bewonersplatform Zuidas

Inspraak bomenverordening

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
p/a Directeur Dienst Ruimtelijke Ordening
Team Juridische en Milieuzaken
Jodenbreestraat 25
1011 NH Amsterdam 

Hierbij delen wij u mee dat wij het commentaar van Bomenridder Bruce Cohen (zie bijlage) in deze volledig ondersteunen.

Artikel 3 lid 3: Wij zijn het helemaal oneens met de toepassing van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht bij kapvergunningen. Bij deze “uniforme openbare voorbereidings-procedure” van afdeling 3.4 vervalt namelijk de hele bezwaarprocedure – er is alleen beroep bij de rechter mogelijk. Dat is uitermate onwenselijk bij kapvergunningen, die vaak grote ophef veroorzaken. Burgers – en ook het bestuur – kunnen een bezwaarprocedure moeilijk missen. Wij voorspellen een overbelasting van de rechtbank omdat vele zaken die anders afgehandeld hadden kunnen worden in de bezwaarprocedure, bij gebrek ervan automatisch zullen landen bij de rechtbank. Het is bovendien aan burgers onmogelijk uit te leggen dat er wel een bezwaarprocedure is voorafgaande aan beroep bij de rechter in het geval dat een stadsdeel een kapvergunning afgeeft en niet bij de centrale stad als vergunningverlener. Toen afdeling 3.4 Awb veranderd werd, zodat de bezwaarschriftfase verviel, hebben alle stadsdelen met eigen bomenverordeningen, waar de “oude” 3.4 Awb van toepassing was, de verwijzing naar 3.4 Awb geschrapt en gewoon de tekst van de oude 3.4 Awb opgenomen in de eigen verordening. Zodoende hebben zij voor zowel een goede behandeling van zienswijzen gezorgd als een goede behandeling van bezwaarschriften.

Wij verzoeken u de tekst van artikel 3 uit de concept-bomenverordening te vervangen door ons volgend tekstvoorstel:

ARTIKEL 3 PROCEDURE
1. De vergunning als bedoeld in deze verordening moet worden aangevraagd door middel van het volledig ingevulde standaardaanvraagformulier, onder bijvoeging van een situatietekening.
2. De aanvraag geschiedt door of namens dan wel met schriftelijke toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken.
3. Het college stelt het standaardformulier als bedoeld in het eerste lid vast.
4. Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag wordt door het College een ontwerp-besluit opgesteld en met de bijbehorende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp voor de duur van vier weken ter inzage gelegd.
5. Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het College hiervan kennis in een of meer dag-, nieuws, of huis-aan-huisbladen. Het College zendt een directe kennisgeving van het ontwerp-besluit aan de belanghebbenden zo vaak als dit voor een zorgvuldige voorbereiding noodzakelijk is.
6. Een ieder kan gedurende de vier weken van de terinzagelegging zijn zienswijze geven. De zienswijze kan naar keuze van de indiener schriftelijk of mondeling naar voren worden gebracht. Bij mondeling ingebrachte zienswijzen wordt door het College een verslag gemaakt.
7. Na verwerking van de ingebrachte zienswijzen, doch uiterlijk 4 maanden na ontvangst van de aanvraag neemt het bestuursorgaan het besluit.
8. Van een besluit tot verlening of weigering van een vergunning wordt onverwijld kennis gegeven in een huis-aan-huisblad onder gelijktijdige verzending aan de aanvrager en belanghebbenden. Bij deze kennisgeving en verzending aan aanvrager of belanghebbenden wordt de concrete datum van verzending aan aanvrager of belanghebbende genoemd als het begin van de bezwaartermijn van zes weken.

Artikel 5 lid 2 en Artikel 6 lid 1: wij zijn het helemaal oneens met een “escapeclausule” bij herplantverplichtingen. Redenen om niet te herplanten of compenseren zijn bijna altijd te bedenken. Herplant of financiële compensatie dient altijd plaats te vinden. Wij verzoeken u de woorden “in beginsel” weg te laten uit artikel 5 lid 2, en ook de zinsnede uit artikel 6 lid 1 te verwijderen: “tenzij zwaarwegende argumenten zich tegen de herplant verzetten.”. Wij vinden
bovendien dat er in de verordening voldoende waarborgen moeten komen om herplant, c.q. financiële compensatie te garanderen, wij vragen u daarom een standaardvoorschrift bij vergunningverlening op te nemen dat voldoende geld voor herplant (c.q. financiële compensatie) op een geblokkeerde bankrekening moet worden gestort voordat tot kap mag worden overgegaan.

Artikel 5 lid 3: dit artikel geeft niet voldoende bescherming; de formulering is te vrijblijvend. Op zijn minst moeten de woorden “kan behoren” vervangen worden met het woord “behoort”, zodat er voldoende tijd is een afgegeven vergunning zorgvuldig te bestuderen voordat men naar de rechter stapt. Zonder beschermende clausule moet men bij wijze van spreken bij iedere afgegeven vergunning meteen beroep aantekenen en een voorlopige voorziening aanvragen om te voorkomen dat bomen voortijdig gekapt worden. Dit kan niet de bedoeling zijn. Indien de gemeente van plan is in de toekomst kapvergunningen zorgvuldig voor te bereiden moet men het vertrouwen hebben dat de afgegeven vergunningen de toets van de rechter kunnen doorstaan. Laat de gemeente dit tonen door een clausule op te nemen die de te kappen bomen beschermt totdat alle bezwaar- en beroepsprocedures achter de rug zijn. In geval van spoedeisendheid kan altijd een voorlopige voorziening worden aangevraagd om bomen sneller te mogen kappen, maar in de meeste gevallen zal men eventuele bezwaar- of beroepsprocedures kunnen afwachten. Wij verzoeken u artikel 5 lid 3 te vervangen door:

ARTIKEL 5 lid 3
STANDAARDVOORSCHRIFT VAN NIET GEBRUIK
Tot de aan een vergunning te verbinden voorschriften behoort het standaardvoorschrift dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaar- of beroepstermijn afloopt en dat indien gedurende de bezwaar- of beroepstermijn een bezwaar respectievelijk beroep is ingediend of een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, de vergunning niet van kracht wordt voordat op ingediend bezwaar, beroep of dat verzoek is beslist.

TOELICHTING OP ARTIKEL 5 lid 3
Onomkeerbaarheid. Doel van dit artikel is dat er niet gekapt mag worden zolang er nog enig juridisch geschil over de vergunning mogelijk is of loopt (“aanhangig is”). De rechtspraak kent vele uitspraken dat gedurende de tijd van behandeling van een bezwaar of beroep een schorsing (voorlopige voorziening) wordt toegewezen vanwege de onomkeerbaarheid van een velling…
Schorsende werking. Dit artikel is juridisch noodzakelijk voor de bevoegdheid om schorsende werking aan een bezwaar of beroep te verlenen op grond van artikel 6:16 Algemene wet bestuursrecht. De rechtspraak heeft de bruikbaarheid van dit artikel al bevestigd.
Indien er dringende redenen zijn een boom sneller te kappen, kan de aanvrager een voorlopige voorziening aanvragen.

Artikel 6 lid 4: de herplantverplichting bij “gevaarlijke” bomen lijkt vergeten te zijn. Toevoegen na de laatste zin van artikel 6 lid 4 (over de herplantplicht voor “zieke” bomen) een verwijzing naar artikel 2 derde lid sub d, bijvoorbeeld: “deze herplantplicht geldt eveneens voor houtopstand waarvoor toestemming tot vellen in verband met acuut gevaar voor personen en/of goederen ingevolge artikel 2 derde lid sub d is verleend”.

Artikel 6 lid 5: te vrijblijvend geformuleerd: de formulering “kan het college…de verplichting opleggen”, vervangen door de formulering “wordt door het college …de verplichting opgelegd”. (zoals reeds is gebruikt in artikel 6 lid 4.)

Artikel 7: Vele stadsdelen hebben eigen monumentale bomenlijsten. Bovendien heeft de Bomenstichting vele zeer belangrijke monumentale bomen op de nationale monumentale bomenlijst geplaatst. Deze bomen moeten ook bij kapvergunningen, welke de centrale stad afgeeft, beschermd blijven. Dit kan door de lijsten toe te voegen aan artikel 4 lid 2, welke de bescherming van monumentale bomen beoogt te regelen, of door automatisch de stadsdeellijsten en Bomenstichtinglijsten deel uit te laten maken van de centraalstedelijke monumentale bomenlijst.

Artikel 9: Criteria monumentale bomen: wij missen dendrologische waarde op de lijst van criteria. Dendrologische waarden zijn belangrijk genoeg om apart genoemd te worden.

Artikel 10: Dit artikel is te “uitnodigend” geformuleerd. Men wil toch niet dat het verzoeken om schadevergoeding regent in het geval van een geweigerde kapvergunning! Gebruik gewoon de standaard-formulering voor dit artikel, gebruikt in bijna alle kapverordeningen en bomenverordeningen tot nu toe: “Het College beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van de vergunning tot vellen op grond van artikel 17 juncto artikel 13 vierde lid van de Boswet.”

Bomentoets:
op de website van de gemeente staat:
Daarnaast stemt het college in met de Bomentoets. Aan de hand van deze toets wordt in een vroeg stadium bij planvorming bekeken of er in het gebied waardevolle bomen zijn.

Dit is een uitstekend voornemen. Echter, er staat hierover niets waar het hoort te staan – in de bomenverordening zelf – zodat er rechtskracht aan ontleend kan worden. Doel moet zijn een formulering voor bomentoets en bomenverordening te vinden die verplicht tot het opstellen van een bomentoets in een zodanig vroeg stadium van planontwikkeling dat daadwerkelijk rekening wordt gehouden met aanwezige bomen, en plannen desnoods worden aangepast om waardevol groen te besparen c.q. integreren in de plannen. Het beste zou zijn als een bomentoets plaatsvindt voordat überhaupt plannen worden getekend, voordat de eerste streep op papier komt – hoe verder een plan is ontwikkeld, hoe moeilijker het wordt om plannen aan te passen om rekening te houden met aanwezige bomen. Tot nu toe is de aanpak altijd precies andersom geweest: plannen worden ontwikkeld zonder te kijken naar de bomen, en dit heeft meestal tot gevolg dat alles uiteindelijk gekapt moet worden, omdat het gewoonweg te laat is om plannen nog aan te passen of te wijzigen, ook als men bij nader inzien bomen graag zou willen sparen.

Het opnemen van de bomentoets in de verordening lijkt ons belangrijk genoeg dat wij willen voorstellen om eerst een pas op de plaats te maken en de bomentoets te ontwikkelen en deze te integreren in de conceptverordening en daarna deze inspraakronde te herhalen als een nieuw concept gereed is. Een nieuwe inspraakronde zou tevens de pijn van de zeer ongelukkige ter visie legging van het huidige concept – midden in de sinterklaas- / kerst- periode – kunnen verzachten. Vanzelfsprekend zijn wij graag bereid mee te denken over de tekst van de toekomstige bomentoets.

Tenslotte willen wij iets zeggen over de toepasbaarheid van de centraalstedelijke bomenverordening. Wij vinden dat de Centrale Stad zonder meer een verordening moet hebben voor de gebieden waarover ze zelf beheer voert, zoals het Westelijke Havengebied, maar wij vinden dat de Centrale Stad wel het fatsoen zou moeten hebben om bij grootstedelijke projecten op het grondgebied van een stadsdeel de verordeningen van het desbetreffende stadsdeel te respecteren. Niets belet de Centrale Stad om een verordening van een stadsdeel te hanteren bij een grootstedelijk project. De bescherming voor de bomen en voor de burger is in vele stadsdeelverordeningen beter geregeld dan bij deze centraalstedelijke conceptverordening.

Lees verder over: Groen, Water & Lucht, Inspraak, Zuidasthema's.