Pas tekstgrootte aan: A A+ A++

Bewonersplatform Zuidas

Zienswijze BPZ Ontwerpstructuurvisie Amsterdam 2040

Aan de Gemeenteraad van Amsterdam
Per adres: Directeur Dienst Ruimtelijke Ordening
Postbus 2758
1000 CT Amsterdam

 Amsterdam, 18 mei 2010

 Betreft: zienswijze op Ontwerp Structuurvisie  Amsterdam 2040

 Geachte leden van de Raad,
Het bewonersplatform Zuidas heeft met belangstelling kennis genomen van de concept Structuurvisie voor Amsterdam in 2040. Het gekozen motto: economisch sterk en duurzaam komt overeen met de ambitie om Amsterdam een sterke positie als metropool te geven.

In de visie wordt gekozen voor een sterke mix van wonen, werken en voorzieningen. Die mix is naar onze mening een absolute voorwaarde voor de levensvatbaarheid van de stad en zeker ook voor Zuidas, waar nog veel ontwikkeld zal worden.

 Hoofdstuk 6 is gewijd aan de Internationalisering van de Zuidflank
De verdere ontwikkeling van Zuidas tot internationale toplocatie van Nederland is in hoge mate afhankelijk van de besluiten die de regering zal nemen over het ondergronds brengen van de infrastructuur in het dokmodel. In de visie wordt er vanuit gegaan dat het dok gerealiseerd wordt en wordt niet ingegaan op de mogelijkheid dat de regering negatief zal besluiten op dit plan. Wij missen dan ook node de alternatieven. Maar ook als het DOK wel wordt aangelegd, zal dit geruime tijd duren en is een visie voor de periode tot het gerealiseerd is noodzakelijk.
Als voorwaarde voor de ontwikkeling wordt gewezen op een betere bereikbaarheid. In de visie wordt een systeemsprong in het openbaar vervoer voorgesteld. Regionaal worden onder andere het omvormen van de Amstelveenlijn tot volwaardige metro genoemd en het verlengen van de ringlijn naar Amsterdam-Noord.
Als het dok wordt aangelegd wordt het eerste stuk van de verlengde NZ-lijn vanaf station Zuid richting Amstelveen ook ondergronds aangelegd. Het lijkt dan voor de hand te liggen de rest van deze lijn naar Amstelveen ook ondergronds aan te leggen. De bestaande route via het maaiveld met beïnvloeding van de stoplichten op de kruisingen zou ook voor het in Buitenveldert gelegen deel gehandhaafd kunnen worden. Een route over een nog aan te leggen viaduct, komend vanuit een ondergrondse positie, maakt een grote helling noodzakelijk en verdeelt Buitenveldert in plaats van een verbindende functie te hebben. Extra aandacht verdienen de kruisingen waar veilige oversteekplaatsen voor fietsers en voetgangers noodzakelijk zijn.
Voor de stad wordt een aantal tramlijnen genoemd. Uitgaande van de bereikbaarheid van Zuidas en met name Station Zuid vanuit de omliggende wijken is aanpassing van de huidige buslijn 62 dringend noodzakelijk. Deze bus volgt een ontsluitingsroute door Buitenveldert, maar heeft geen halte bij station Zuid. Dat maakt dit station voor de bewoners van Oost-Buitenveldert slechts via omwegen bereikbaar. Het doortrekken van de tramlijnen 4, 16 en 24 naar de directe omgeving van Station Zuid maakt dit drukke station beter bereikbaar. Voor tramlijn 4 zou gedacht kunnen worden aan een verlenging over de Europaboulevard naar de rotonde aan het einde van deze straat. Daardoor wordt de RAI en het Stadsdeelkantoor beter bereikbaar voor de bewoners van Oost-Buitenveldert, maar ook wordt het Amstelpark beter bereikbaar dan in de visie in de paragraaf over de OV-ontsluiting van de groene scheggen op blz. 64 wordt geschetst. Eventueel kan deze tram dan nog verder worden doorgetrokken tot een aansluiting op de Amstelveenlijn.

Verder wordt gewezen dat Station Zuid het internationale station van Amsterdam wordt, maar hoe dit wordt ontwikkeld staat nergens en ook wordt niet aangegeven dat dit Station topprioriteit zou moeten hebben bij de uitvoering. De centrale positie van het Station vergt een naadloos aansluitend fijnmazig bus- en tramnetwerk, bestemd voor bewoners van de omliggende wijken, het woon-werkverkeer naar Zuidas en de aansluiting op het verdergaande nationale en internationale verkeer. Terecht wordt er ook op blz. 126 op gewezen dat fysieke bereikbaarheid voor bezoekers essentieel is.

 In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op wonen en werken in Amsterdam
Woningbouw
Wij pleiten ervoor dat het woningbestand in Zuidas een gemengd karakter zal dragen: van studentenhuisvesting tot huisvesting van expats, maar de ruggengraat van deze nieuwe wijk moet gevormd worden door bewoners die daar geruime tijd kunnen blijven wonen en daardoor het karakter van de wijk bepalen. Dat betekent dat er zeker ook voor de middeninkomens gebouwd zal moeten worden. Dit komt overeen met de op blz. 103 geuite visie dat diversiteit en een gemengde bevolking belangrijke aantrekkingsfactoren zijn van Amsterdam.
Buitenveldert ligt aan de zuidzijde van Zuidas. De overgang van Zuidas naar deze wijk dient geleidelijk te zijn; in Buitenveldert is niet veel verdichtingbouw mogelijk zonder het karakter van deze wijk aan te tasten.
Kantoren
Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat de omvang van de kantorenvoorraad nu en in de plannen groter is dan de vraag nu en in de toekomst. In de visie wordt ingezet op intensivering en transformatie. Wij pleiten ervoor dat bij de nieuwbouw van kantoren op Zuidas steeds opnieuw aan de hand van actuele cijfers wordt nagegaan of de bouw voorziet in een reële behoefte. Bovendien zouden kantoorgebouwen zó flexibel gebouwd moeten worden dat verbouwing voor ander gebruik zonder veel kosten gerealiseerd kan worden. Op blz. 197 wordt wel de gewenste flexibiliteit genoemd in het bouwen van kantoren.
Topwinkels
Terecht wordt gesteld dat nader onderzoek moet uitwijzen op welke wijzen en op welke plekken de topwinkels gerealiseerd moeten worden. Wij missen de daaraan voorafgaande beantwoording van de vraag of er een levensvatbare toekomst is weggelegd voor winkels in dit segment.

 Hoofdstuk 8 gaat over verkeer en vervoer. Er wordt gewezen op de grote behoefte aan fietsenstallingen, ook voor grotere fietsen. In dit verband zijn stallingen voor scooters en scootmobielen ook relevant. Het stallingenbeleid is alleen succesvol als dit gekoppeld wordt aan een streng handhavingsbeleid voor de daadwerkelijke plaatsing in stallingen.
Uitvoering
Op blz. 195 -197 staan de ontwikkelingen in Stadsdeel Zuid.
Ook in dit gedeelte wordt uitgegaan van de realisering van het DOK en missen wij de alternatieven. Zeker ook omdat al op korte termijn OV-SAAL wordt uitgevoerd.
Belangrijk uitgangspunt is de ontwikkeling van Station Zuid als knooppunt voor het OV, als drager van ruimtelijke ontwikkelingen en als extended terminal. Wel wordt hier opgemerkt dat in het kader van OV-SAAL 4-sporigheid wordt gerealiseerd, maar de vormgeving van het terecht zo belangrijk geachte station komt in het geheel niet aan de orde.
planMER
In dit stadium willen wij volstaan met een aantal opmerkingen:
bij de verstedelijking van Zuidas is behoud van de parken, de bomen en het postzegelgroen essentieel.

  1. voor de door de verstedelijking noodzakelijke extra waterberging dienen in Zuidas geavanceerde methoden te worden gebruikt, waarbij ondergrondse berging in het gebied zelf uitgangspunt zou moeten zijn
  2. voor de geluidsoverlast van de A10 zouden zeker ter hoogte van de Kop Zuidas geluidsschermen moeten worden geplaatst
  3. bij het gebruik van de Nieuwe Meer voor koeling dient gewaakt te worden tegen stijging van de watertemperatuur en de daaraan verbonden algengroei. Overigens zou aansluiting van alle kantoorgebouwen op een centrale koeling de geluidshinder van de huidige koelmachines kunnen opheffen. Tevens dient de fosfaatlozing en het zuurstofgehalte van de Nieuwe Meer opgenomen te worden als voorwaarden voor het gebruik ervan.
  4. wij gaan ervan uit dat de Gemeente duurzaam bouwen als uitgangspunt ziet voor de verdere ontwikkeling van Zuidas. 

Het bewonersplatform Zuidas gaat ervan uit dat u in de definitieve versie rekening zult houden met de door ons genoemde punten. Vanzelfsprekend zijn wij bereid deze zienswijze nader toe te lichten. 

Met vriendelijke groet

 Mevrouw Dr.F.M.M. Griffioen, voorzitter

Lees verder over: Inspraak.