Pas tekstgrootte aan: A A+ A++

Bewonersplatform Zuidas

Zienswijze MER flanken

Gemeente Amsterdam
Dienst Ruimtelijke Ordening
T.a.v. hr R.C. Bakker
Postbus 2758,
1000 CT Amsterdam 

Betreft: zienswijze Startnotitie m.e.r. Zuidas Amsterdam – Flanken

10 juni 2010

Geachte heer Bakker,
Het bewonersplatform Zuidas heeft kennis genomen van de startnotitie m.e.r. voor de flanken van het Zuidasgebied. Wij zijn verheugd dat voortschrijdend inzicht ertoe heeft geleid dat er nu toch een m.e.r opgesteld zal worden, terwijl dit eerder als niet noodzakelijk werd beoordeeld.
Wij betreuren het dat er gekozen is voor een afzonderlijke m.e.r. voor het Kenniskwartier en niet voor een integrale rapportage voor het gehele gebied. Wij verzoeken u daarom in zowel de m.e.r. voor de flanken als die voor de VU/VUmc aandacht te besteden aan de situatie dat ook de VU/VUmc in feite deel uitmaakt van de flanken.
In paragraaf 2.4.2. wijst u op de wetswijziging per 1 juli a.s. waardoor het niet meer noodzakelijk zal zijn het meest milieuvriendelijke alternatief te beschouwen. Gezien het zeer ingrijpende karakter van de geplande ontwikkelingen in dit gebied dringen wij er op aan om dit alternatief wel op te stellen, onafhankelijk van de datum waarop de richtlijnen worden vastgesteld.
In paragraaf 3.3. wordt ingegaan op alternatieven waarvoor de milieugevolgen worden onderzocht. De keuze voor 85 % en 115 % van het voorgenomen programma wordt niet toegelicht en lijkt ons volstrekt willekeurig. Wij stellen voor 70% en 130% als alternatief uit te werken. Tevens zijn wij van mening dat de autonome ontwikkeling in dit gebied zonder dat het programma gerealiseerd wordt,  de 0-optie zou moeten zijn. 
Daarnaast worden varianten voorzien, gericht op duurzaamheid, mobiliteit en positionering van functies binnen de deelgebieden.
Duurzaamheid wordt als ambitie van Amsterdam en van het Zuidasgebied vaak genoemd. De maatregelen worden op blz. 19 alleen globaal genoemd. Wij gaan ervan uit dat in de m.e.r  zal worden aangegeven hoe duurzaamheid als uitgangspunt voor bouwen en ontwikkelen van dit gebeid gehanteerd zal worden.
Tot de mobiliteit behoort onder andere een parkeerreductie met 20 %. Op zich is dit een aantrekkelijke variant, maar wij wijzen er met klem op dat parkeerreductie alleen gerealiseerd kan worden door aanzienlijke verbetering van het openbaar vervoer en niet mag leiden tot een overbelasting van de omgevende woonwijken.
Voor paragraaf 5.2 Verkeer en vervoer willen wij vooral aandacht vragen voor het probleem van de De Boelelaan. Deze laan moet voldoen aan veel tegenstrijdige eisen: autoverkeer, trams, maar ook veel ruimte voor fietsers en voetgangers, die veilig moeten kunnen oversteken.
Als ingezet wordt op de goede bereikbaarheid van het Zuidasgebied dient er een fijnmazig netwerk van trans en bussen te ontstaan dat naadloos aansluit op trein en metro. Wij willen als   uitgangspunt gehanteerd zijn dat de maximale loopafstand naar een halte minder dan 400 meter dient te zijn.
De toename van het verkeer legt ook een extra belasting op geluid en luchtkwaliteit. Wij gaan ervan uit dat ruime maatregelen zullen worden voorgesteld om overlast te voorkómen, waarbij afwijken van gemeentelijke en/of wettelijke regelingen door het omhoog brengen van de normen vermeden moet worden.
Voor de in 5.3. genoemde milieuaspecten gaan we ervan uit dat u zult aangeven hoe zorgvuldig zal worden bewaakt dat dit gebied een in alle opzichten veilige en aantrekkelijke woon- en leefomgeving kan worden. 

Hoogachtend,

Dr.F.M.M. Griffioen, voorzitter

Lees verder over: Inspraak.