Pas tekstgrootte aan: A A+ A++

Bewonersplatform Zuidas

Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Kop Zuidas

Aan het College van Burgemeester en Wethouders
p.a. de directeur van de Dienst Ruimtelijke Ordening
postbus 2758
1000 CT Amsterdam

                                                                                     Amsterdam, 28 juli 2009 

Betreft: Zienswijze Ontwerpbestemmingsplan Kop Zuidas 

Geacht college,
Het bewonersplatform Zuidas heeft kennis genomen van het ontwerpbestemmingsplan Kop Zuidas en wil de volgende zienswijze onder uw aandacht brengen.
Verkeersoverlast
In het verkeersonderzoek Kop Zuidas van 21 november 2008, par. 2.3.1 en 2.3.2 wordt een overzicht gegeven van het geschatte aantal vertrekkende en komende auto’s in de avondspits. De aantallen worden geschat op circa 900 vertrekkende en 300 aankomende auto’s. Deze aantallen zouden zowel het woon-werkverkeer als die van de voorzieningen ( RAI, ROC, theater en hotel) omvatten.
In hoofdstuk 5, par.5.6 van het ontwerpbestemmingsplan wordt een aantal van ruim 2300 parkeerplaatsen genoemd. Voor de voorzieningen zijn dit openbare garages die ook voor bezoekers van de RAI toegankelijk moeten zijn  (1000-1500 plaatsen).
Het komt ons voor dat er een duidelijke discrepantie bestaat tussen het aantal parkeerplaatsen en de geschatte verkeersbewegingen. Het lijkt niet aannemelijk dat 75 % van de beschikbare parkeerplaatsen in dit gebied niet gebruikt zullen worden; met name zal het autoverkeer voor de voorzieningen om gebruik te kunnen maken van de parkeergarages het gebied moeten kunnen in- en uitrijden. Een extra ontsluiting naar de president Kennedylaan voor uitgaand verkeer lijkt ons dan ook aangewezen. MER
In hoofdstuk 6 wordt geconcludeerd  ( par.6.3) dat de uitgangspunten die in 2003 hebben geleid tot een m.e.r. –beoordeling ongewijzigd zijn en dat geen nieuwe beoordeling nodig zou zijn.
Wij wijzen er op dat sinds 2003 de plannen voor dit gebied ingrijpend zijn gewijzigd. Het bouwprogramma is van 150.000 naar 230.000 of 250.000 m2  uitgebreid. Dat dit geen gevolgen zou hebben voor de m.e.r.-beoordeling komt ons uitermate onwaarschijnlijk voor.
Tevens doet de opdeling van het totale Zuidasgebied in kleinere deelgebieden voor de beoordeling van de milieu-effecten geen recht aan de eenheid van dit nieuwe grootstedelijke centrumgebied. Een integrale aanpak voor geheel Zuidas zou de kwaliteit van de afwegingen sterk ten goede komen.
Luchtkwaliteit
In de tabellen in het luchtkwaliteitsonderzoek wordt de indruk gewekt dat de luchtkwaliteit op de A10 Zuid beter zou zijn dan bijvoorbeeld die op de Europaboulevard. Het lijkt ons onwaarschijnlijk dat voor deze drukke ringweg, waar veel files optreden en ook veel verkeer van en naar Kop Zuidas gebruik van moet maken, geen maatregelen getroffen zouden moeten worden.
Geluidshinder
In de conclusie in par. 7.4 wordt vermeld dat de voorkeursgrenswaarden zowel door het wegverkeer als door het railverkeer zullen worden overschreden. Dit geldt ook voor de grenswaarde op een aantal gevels.
Op blz. 51, 3e alinea wordt gesteld dat uit onderzoek blijkt dat vanwege de A10  zelfs de maximale ontheffingswaarde van 53 dB op een aantal gevels wordt overschreden.
Vervolgens wordt vastgesteld dat geluidreducerende maatregelen redelijkerwijs niet mogelijk zouden zijn en dat daarom de grenswaarden moeten worden verhoogd.
In de inleiding op blz. 9:
”Zuidas ontwikkelt zich tot een internationale toplocatie voor wonen en werken in Amsterdam. De uitstekende bereikbaarheid, de kwalitatief hoogwaardige omgeving en de aantrekkingskracht van Amsterdam vormen de grondslagen voor haar succesvolle ontwikkeling”
Als de ambitie tot een kwalitatief hoogwaardige omgeving waargemaakt moet worden, zouden toch adequate maatregelen tegen geluidsoverlast genomen moeten worden. Langs de A10 zouden geluidsschermen geplaatst moeten worden. En de in het plan genoemde oplossing in de vorm van dove gevels lijkt ons ook in strijd met deze ambitie. Verlagen van de bronbelasting en een goede fasering van de bouw en pas in uiterste noodzaak dove gevels achten wij minimaal noodzakelijk.
In het plan wordt niet ingegaan op de geluidsoverlast in het plangebied zelf, hetgeen wellicht kan worden opgelost door een betere positie te kiezen voor de in- en uitritten van de  parkeergarages, waardoor een  minder belastende route tot stand gebracht kan worden.   
Windhinder
Uit het onderzoek van het windklimaat blijkt dat er aanvullende maatregelen nodig zijn om een redelijk windklimaat te bereiken. Hoogte en vorm van de gebouwen zijn van groot belang voor de te verwachten windhinder.. Wij gaan ervan uit dat alle maatregelen die het windklimaat kunnen verbeteren en bijdragen aan een plezierig verblijfsklimaat ( en niet alleen doorlopen) in dit gebied zullen worden genomen.   De vorm van de bebouwing dient hierbij leidraad te zijn;  het plaatsen van schermen en groenvoorzieningen  ter verbetering van het windklimaat moet secundair geacht worden. Bezonning
Uit de studie blijkt dat de nieuwbouw de bestaande bebouwing in de Veluwebuurt aan het einde van de dag en in de winter de gehele dag in de schaduw zal zetten. Dit is in schril contrast met de opmerking dat de bezonning in de Veluwebuurt nagenoeg gelijk zal blijven. Ook de Zuidelijke Wandelweg komt in de schaduw te liggen van de hoogbouw.  Een kritische heroverweging van de positie van de hoogbouw ten opzichte van de bestaande bebouwing achten wij aangewezen. 
Wij gaan ervan uit dat u deze zienswijze in de verdere planvorming en de daarmee gepaarde besluitvorming zult betrekken. Vanzelfsprekend zijn wij gaarne bereid een en ander mondeling toe te lichten.
Met vriendelijke groet,
Mw. Dr.F.M.M. Griffioen, voorzitter

Lees verder over: Inspraak.