Pas tekstgrootte aan: A A+ A++

Bewonersplatform Zuidas

Zienswijze Startnotitie MER VU/VUmc

Gemeente Amsterdam
Dienst Ruimtelijke Ordening
t.a.v. de heer R.C. Bakker
Postbus 2758
1000 CT Amsterdam 

Amsterdam, 18 mei 2010

Betreft: zienswijze startnotitie m.e.r. VU/VUmc                  

Geachte heer Bakker,

Het Bewonersplatform Zuidas (BPZ) waardeert dat er een MER onderzoek naar de uitbreiding van VU en VUMC plaats vindt en hoopt dat de huidige MER regeling daarbij gevolgd wordt met een volwaardige rol van de MER-commissie bij de vaststelling van de richtlijnen en de beoordeling van het MER.
Een MER is gekoppeld aan de ruimtelijke plannen en dan vooral de bestemmingsplannen. De wijziging van het bestemmingsplan dient dan ook aan te sluiten op het MER. De startnotitie betreft de VUMC uitbreiding van 140.000 m2 en niet de volledige vergroting van 230.000 m2, een aanmerkelijk verschil. Wij verzoeken u dan ook om de gehele uitbreiding te beoordelen.
Opmerkelijk is dat de provinciale ruimtelijke plannen VU en VUMC niet als onderdeel van de Zuidas noemen. De mogelijke gevolgen van het Dok en de mogelijke bebouwing wordt wel globaal beoordeeld,  maar de rest van  Zuidas met een veel grotere bebouwing wordt nauwelijks genoemd. De De Boelelaan is een belangrijke ontsluitingsweg tussen Zuidas en de A10 en ook de verschillende openbaarvervoerslijnen spelen daarbij een rol. Dit vraagt een uitwerking met een duidelijk omschreven plangebied en studiegebied. 

 Voor de toetsing van de milieugevolgen zijn verschillende varianten met onderscheidende milieugevolgen belangrijk. In dit project ontbreken varianten uitgezonderd de nu nog wettelijk verplichte MMA. De startnotitie stelt: “ten aanzien van duurzaamheid kan een variant ontwikkeld worden die de rol van het MMA in het MER ‘over kan nemen
Wij achten deze variant inclusief de gevolgen van de verkeerstoename noodzakelijk.

 Bij een beoogde zorgvuldige procedure past niet de opmerking: “Dit project maakt geen deel uit van de Crisis- en Herstelwet. Er vindt nog een afweging plaats of dit wenselijk is.” Toepassing van die wet maakt een MER niet nodig, maar het kan niet zo zijn dat een zó groot en invloedrijk project zich aan de bestaande wet- en regelgeving zou willen onttrekken.

 Over de milieugevolgen stelt de notitie: “In het MER wordt de inpasbaarheid van de voorgenomen activiteiten voor de verkeersgerelateerde effecten centraal gesteld
Voorop staat voor ons het voorkómen dan wel vermindering van verslechtering door het toegenomen verkeer. Inpasbaarheid speelt pas een rol als vermindering van negatieve gevolgen niet of onvolledig mogelijk is.
De notitie spitst zich toe op “verkeer”, een belangrijk punt maar het is niet het enige. De mogelijke in richting van het gebied verdient meer aandacht. Juist in een dichte, stedelijke bebouwing is de kwaliteit van de openbare ruimte belangrijk. Hoe groot is de verkeershinder, de windhinder enz. Een goede vormgeving van gebouwen kan de windhinder verminderen. Gerichte bestemmingen op de begane grond maken het gebied ook in de avond aantrekkelijker. Ook de mogelijkheden tot vermindering van de noodzakelijke gebouwenkoeling verdienen onderzoek.
De startnotitie neemt het gebruik van fiets, OV en auto als een vast gegeven. Voor een dergelijk gebied zou juist bezien op welke wijze het autogebruik verminderd kan worden. De belangrijkste bestemming in het gebied zijn voorzieningen, waarvoor een parkeernorm ontbreekt. De startnotitie verwijst hiervoor naar de bekende CROW normen, maar vraagt deze uitzonderlijke Zuidas stedelijkheid niet juist voor minder autogebruik?
Onderzocht moet worden hoe dit bereikt kan worden en hoe de overlast van het intensief gebruikte openbaar vervoer kan verminderen. Een betere ontsluiting van de metrohalte Amstelveenseweg dient onderzocht te worden. 
Naast de parkeeromvang vraagt ook de ligging van in-en uitritten en de wijze van ontsluiting onderzoek. Het gebied wordt doorkruist door de drukke, brede De Boelelaan. waar een veilige en goede oversteek een punt van aandacht is. Mogelijk kan met een verdiepte ligging van deze doorgaande autoroute een goede ongelijkvoerse oversteek gemaakt worden. Deze verdiepte ligging kan ook benut worden als in-uitrit voor parkeerkelders, zodat kruising met voetgangers en fietsers gemeden wordt. In plaats van de gebruikelijke parkeerkelders, kan ook een parkeergebouw benut worden als afscherming van de A10 overlast en zo de kwaliteit van het gebied vergroten. De in-en uitritten van parkeergebouwen moeten zo gelegen zijn, dat voetgangers en fietsers zo min mogelijk overlast ondervinden en de lokale wegen weinig autodruk krijgen. Deze vermindering van de overlast moet onderdeel van het MER onderzoek zijn.
Wij verzoeken u de startnotitie met genoemde punten aan te passen.

 Met vriendelijke groet 

Mevrouw Dr.F.M.M. Griffioen, voorzitter

Lees verder over: Inspraak.