Pas tekstgrootte aan: A A+ A++

Bewonersplatform Zuidas

Verslag van de informatie- en discussieavond over het dokmodel

1 Korte samenvatting
Enkele tientallen buurtbewoners, ambtenaren, politici en andere belangstellenden waren dinsdag 27 april aanwezig op de informatie- en discussieavond ‘Dokmodel, droom of werkelijkheid’ die het Bewonersplatform had georganiseerd. Met deze avond wilde het platform een bijdrage leveren aan de discussie over het Zuidas-dokmodel. Verschillende deskundigen lieten hun licht schijnen op grootheden als maatschapplijke kosten, baten en waarde van het project.

Ron Vreker van de Vrije Universiteit betoogde dat een maatschappelijke kosten- batenanalyse van het project negatief uitpakt. Bezuinigingen op het project kunnen dit negatieve saldo wel enigszins verkleinen. Professor Hennes de Ridder (Technische Universiteit Delft) hield een pleidooi voor het dokmodel, omdat het tot een stedelijke en maatschappelijke meerwaarde leidt die niet in een kosten-batenanalyse valt te vatten. Caroline Rodenburg van de Vrije Universiteit zette vervolgens uiteen hoe het mogelijk is om moeilijk te kwantificeren effecten van het dokmodel toch meetbaar te maken.
In de daarop volgende levendige discussie met de zaal bleek dat verschillende mensen en partijen die met de Zuidas te maken hebben, de kosten, baten en waarde van het dokmodel ook verschillend beleven.

2 Ron Vreker
Ron Vreker promoveert binnenkort aan de VU op een onderzoek naar effecten van meervoudig ruimtegebruik. De Zuidas is een van de cases. Wat zijn de maatschappelijke effecten van het dokmodel? Dat kan worden onderzocht door middel van een kosten-batenanalyse. Het gebied wordt doorsneden door infrastructuur, dat maakt stadsuitbreiding hier moeilijk. Het dokmodel is hiervoor een oplossing.

Het CPB-rapport
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een maatschappelijke kosten/batenanalyse gemaakt van het dokmodel.In het rapport zijn allerlei soorten kosten en baten gekwantificeerd en met elkaar vergeleken. De meest opvallende zaken uit het rapport:
-De transportbaten, uitgedrukt in reistijdwinst, zijn vrij gering.
-Groei van de werkgelegenheid is een indirect effect. Voor Nederland als geheel levert het uitvoeren van het dokmodel echter geen nieuwe werkgelegenheid op. Voor Amsterdam zijn er wel aanzienlijk effecten te verwachten, per saldo 13.000 banen erbij.
-Milieueffecten, veiligheid en kwaliteit zijn opgenomen in de post grondbaten.
De conclusie van het CPB is dat het dok voor Nederland een welvaartsverlies van 1 miljard euro zal veroorzaken. Dit komt vooral door het verschil tussen de aanlegkosten van de infrastructuur en de baten. Faseren van het project kan de risico’s verkleinen.

Commentaar op het CPB-rapport:
-De grondbaten zijn conservatief ingeschat en kunnen dus hoger uitvallen
-De gehanteerde veronderstellingen over vastgoed- en transportbaten zijn voor discussie vatbaar
-Het CPB neemt aan dat de verbetering van de stedelijke kwaliteit als gevolg van het dok zal leiden tot een 10 procent hogere grondprijs, maar deze veronderstelling is niet gefundeerd
-Stijging van de waarde van de woningen in de omgeving is niet meegenomen
-De transportbaten zijn onderschat

Lessen van het CPB-rapport:
-Ook na correctie voor de bovenstaande punten is blijft er een welvaartsverlies bestaan
-Dit gat kan worden verkleind door te bezuinigen op het project, bijvoorbeeld op overbodige veiligheidseisen.
-De kosten van de overlast die de bouw veroorzaakt voor omwonenden zijn niet meegerekend. Deze kunnen over een periode van dertig jaar aanzienlijk zijn, maar zijn moeilijk in een bedrag uit te drukken.
-Het verschil in welvaartsverlies tussen dok en dijk is ongeveer een half miljard euro. Het dijkmodel biedt echter minder mogelijkheden om de kosten en effecten te beïnvloeden

3 Hennes de Ridder: ‘Zuidas is ondertunneling waard!’
Wat is de waarde van het dokmodel?
Voor consumenten is het verschil tussen waarde en prijs het nut dat ze ergens aan kunnen ontlenen. Voor producenten telt de winst: het verschil tussen de prijs en de kosten.
Het verschil tussen de waarde en de kosten is het totale nut (voor producent en consument). Als het nut gelijk wordt verdeeld (dat wil zeggen: als de prijs juist is) is iedereen gelukkig.
Hoe bepaal je de waarde? Waarde kan economisch zijn, of sociaal-cultureel, of ecologisch. Ook bestaat er gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.

Bij het dokmodel zijn de kosten hoog en is het budget onvoldoende. Je moet het alleen aanleggen als de totale waarde hoger is dan de kosten.
Wat hebben we over voor het opheffen van de visuele hinder, fysieke hinder en de geluidshinder? In Nederland en in het buitenland wordt veel geld uitgegeven aan het ondertunnelen van infrastructuur. Kennelijk is het mensen veel waard om van de overlast af te zijn!

In het geval van de Zuidas kan ondertunneling niet alleen veel hinder wegnemen, maar ook extra waarde creëren. Het nut van het dok kan veel groter zijn dan het nut van het dijkmodel, door de hogere stedelijke waarde die het oplevert. Is een hoogwaardige stedelijke ontwikkeling de ambitie van Amsterdam?
Conclusie: kijk niet alleen naar de kosten en de baten, maar ook naar de waarde. Het verschil tussen waarde en kosten bepaalt het nut.

4 Caroline Rodenburg: ‘Dokken voor de Zuidas’
Caroline Rodenburg promoveert op een onderzoek naar meervoudig ruimtegebruik, met als studiegebied de Zuidas. Doel van het onderzoek is moeilijke elementen in de kosten-batenanalyse toch te kwantificeren. Zulke elementen zijn bijvoorbeeld synergievoordelen zoals schaalvoordelen, maar ook krachten als maatschappelijke (on)wenselijkheid, ruimtelijke kwaliteit en financiële effecten.

Het onderzoek richt zich op 4 verschillende actoren:
-Organisaties (NS, GVB, woningbouwverenigingen, bedrijven)
-Individuen (die verschillende doelen hebben, gebaseerd op hun activiteiten)
-De overheid (heeft verschillende rollen: investeerder, planner, regulering en allocatie)

Voor alle actoren is de vraag gesteld: wat is de waardering van het gebied? Dit wordt onderzocht met de ‘stated preferences’ techniek, door middel van enquêtes. Hiermee wordt uitgezocht hoeveel de verschillende actoren bereid zijn extra te betalen voor het gebruikmaken van de (dure) Zuidas. Wat is de hypothetische betalingsbereidheid voor de Zuidas? Met andere woorden: wat is de Zuidas hen waard?

Tot nu toe zijn de gebruikers van de Zuidas (werkers) ondervraagd, en dit gaf een beter beeld van hun wensen. De volgende stappen zijn het benaderen van projectontwikkelaars en bedrijven.

5 Discussie
Na de drie inleidingen was er tijd voor vragen en discussie
Jan Siegenbeek van Heukelom (Bewonerscomité Vossiusbuurt): wat is het internationale uitstralingseffect van het dokmodel?
Ron Vreker: dit wordt door het CPB op nul geschat.
Robert Dijckmeester (directeur projectbureau Zuidas): we verwachten twee verschillende internationale effecten. Ten eerste zullen Nederlandse bedrijven eerder ervoor kiezen om in Nederland te blijven. Dit is het belangrijkste effect. Daarnaast zal de Zuidas buitenlandse bedrijven aantrekken, maar deze zullen maar 10 tot 20 procent van het totaal zijn.
Ron Vreker; momenteel zien we dat Japanse bedrijven wegtrekken uit Nederland vanwege verslechterende vestigingsvoorwaarden. Amsterdam heeft veel hoogopgeleide werknemers aan weten te trekken doordat er veel hoogwaardige voorzieningen zijn. De Zuidas zou kunnen bijdrage aan dit aanbod van voorzieningen.
Rob Quint (Stichting Tuinstad Buitenveldert): de berdrijven die zich in de Zuidas vestigen, komen ergens vandaan. Het voordeel va de Zuidas wordt dus elders weer temniet gedaan.

Roland Haffmans (Planologische Werkgroep Rivierenbuurt): de voorbeelden van ondertunneling van infrastructuur elders werden betaald door de rijksoverheid. In het geval van de Zuidas betaalt het rijk vooralsnog niet mee aan de aanleg van het dokmodel. Moet de lokale overheid betalen voor het nut dat het dokmodel Amsterdam oplevert?
Hennes de Ridder: voor de stad is dat onbetaalbaar. Het rijk moet meebetalen. Overigens zijn gemeentes altijd voorstander van het ondertunnelen van infrastructuur, dus het zou vreemd zijn als Amsterdam het niet zou willen.
Roland Haffmans: het is makkelijk als gemeente om ergens voor te zijn als het rijk betaalt. Maar als het rijk niet betaalt, moet de markt dan niet méér betalen?
Hennes de Ridder: Amsterdam probeert de kosten terug te halen via de grondopbrengsten. Hoe het wordt betaald, vind ik minder interessant. Dat moeten ze maar regelen.
Beslis met gevoel, niet puur op een kosten- en batenafweging.
Rob Quint (Stichting Tuinstad Buitenveldert): wie moet dat betalen? Uiteindelijk de burger. Het gaat verkeerd. We moeten durven te zeggen dat het genoeg is geweest. Laten we wachten tot er wel geld is.
Hennes de Ridder: we moeten het project juist niet uitstellen nu het tijdelijk economisch tegenzit. Het project is er te belangrijk voor.

Jaap de Kreek (buurtbewoner): De heer De Ridder heeft een emotioneel verhaal, dat niet op feiten is gebaseerd!
Ron Vreker: niet alles is in getallen te vatten. Ook emotie speet een rol bij dit soort kwesties. Indien het dok er niet komt, waar moeten we dan de stad uitbreiden?
Jaap de Kreek: het dokmodel is een geloof. Waarop is dit geloof gebaseerd?
Hennes de Ridder: het ‘point of no return’ wordt bepaald door de commerciële partijen, want er moet wel geld zijn. Maar je moet wel durf hebben, en iets over willen hebben voor stedelijke kwaliteit.

Dik van Mourik (buurtbewoner): de kosten zijn eigenlijk niet van belang, er moet vooral politieke wil zijn. De investeerders gaan de voortgang van het Zuidasproject bepalen. Welke actoren redden de Zuidas van teveel of te snel bouwen?
Caroline Rodenburg: waar het geld ligt. Ligt in het algemeen de macht.
Dhr. Veenboer (buurbewoner): er is ooit een proces begonnen dat niet meer te stoppen is.
Ron Vreker: toch zijn grote projecten wel te stoppen, zie bijvoorbeeld bij Rotterdanm Centraal.

Hans van der Kolk (Wijkopbouworgaan Buitenveldert): het gaat niet om de keuze tussen dok of dijk. Het gaat erom dat met het dokmodel een deel van Buitenveldert kan worden volgebouwd. Als het dokmodel niet doorgaat, moet de Zuidas nu gestopt worden. Het dijkmodel is voor het verkeer beter, doordat lokale en doorgaande verkeer kunnen worden gescheiden.

Dik van Mourik (buurtbewoner): zorg ervoor dat er in de Zuidas geen eenzijdig getto ontstaat, zoals in Zuidas is gebeurd.

Jan Siegenbeek van Heukelom (Bewonerscomité Vossiusbuurt): is er nog een ‘point of no return’, afhankelijk van politieke besluitvorming en de beschikbaarheid van geld?
Robert Dijckmeester (directeur projectbureau Zuidas): het besluit over het dokmodel moet nog genomen worden. Er is politiek wil om het dok aan te leggen, maar niet tegen elke prijs, en alleen op kosten van de markt. Er is nog een tekort van een miljard euro, en dat moet gedicht worden, door de commerciële partijen. Amsterdam gaat niet alleen voor de kosten opdraaien.
Ron Vreker wijst erop dat het tekort van 1 miljard op de aanleg van het dok iets anders is als het negatieve welvaartseffect dat het dokmodel volgens het CPB voor Nederland zal opleveren.

De conclusie van Ron Vreker is dat het dokmodel een waardevol project is, maar dat her nog veel risico’s zijn. Daaraan moet nog gewerkt worden. Op basis van de CPB-studie zou je het niet moeten doen. Er zijn echter ook andere afwegingen.
Hennes de Ridder meent dat faseren van het project voordelig kan zijn.
Caroline Rodenburg: ook kan er nog aan veel onderdelen gesleuteld worden, waardoor de kosten-baten-verhouding verbetert.

De voorzitter bedankt de drie sprekers voor hun bijdrage en alle aanwezigen voor hun komst.

Lees verder over: Dok, Zuidasthema's.